Iedere maand wordt hier een blog gepubliceerd van één van de kinderrechtenorganisaties die gehuisvest zijn in ons mooie Kinderrechtenhuis.
Een reactie kunt u per email sturen naar info@kinderrechtenhuis.nl
Zij zullen zorgdragen voor plaatsing op de site.
15 februari 2012
Natuurlijk is er nog een hele hoop vooruitgang te boeken voor kinderrechten, maar in verhouding met kinderrechten in het buitenland hebben wij het hier in Nederland goed voor elkaar. Al kan het natuurlijk altijd nog beter.
Zo organiseert de Kinder- en Jongerenrechtswinkel bijvoorbeeld ieder jaar een manifestatie om de Dag van de Rechten van het Kind te vieren. Het doel is kinderen bewust te maken van de rechten die zij hebben èn dat deze rechten voor alle kinderen over de hele wereld gelden. In 2011 stond het onderwerp "Kinderrechten" centraal. Helaas houdt men zich niet in de hele wereld aan deze rechten.
Voorafgaand aan deze manifestatie werd daarom op verschillende Leidse basisscholen voorlichting gegeven over kinderrechten. De kinderen moesten zelf bedenken welke kinderrechten naar hun mening verbeterd dienen te worden en op welke manier dit kan. Met het betoog dat de kinderen schreven over kinderrechten kon een prijs gewonnen worden. De tien beste ideeën die ingezonden werden, mochten namelijk met hun vriendjes en vriendinnetjes naar het Kinderfeest komen waar als grote verrassing kindervriend Yes-R kwam optreden. De vriendinnen Roos en Nicky wonnen de prijsvraag, zij hadden een duidelijk verhaal over meisjes uit India die gedwongen in de prostitutie werken. De vriendinnen doneerden de prijs, een cheque ter waarde van €2500,- , aan de stichting Stop Kindermisbruik om deze meisjes te bevrijden uit hun benarde situatie. Hun idee om kinderen in India uit de prostitutie te halen kon hiermee werkelijkheid worden.
Aan het begin heb ik aangegeven dat het met kinderrechten in Nederland goed gaat, maar misschien ligt daar tegelijkertijd ook het schrijnende probleem van de huidige maatschappij. Zoveel mensen denken dat schending van kinderrechten niet in ons land voorkomt. Dat brengt mij terug naar een herinnering van enkele jaren geleden. Schending van kinderrechten is hier ook aan de orde, enkel is het hier niet altijd zichtbaar. Als juridisch medewerker bij een advocatenkantoor hadden we een afspraak met de ouders van een kind die uit huis geplaatst ging worden, doordat de thuissituatie totaal niet goed zat. Het kind in kwestie, nog heel jong rond een jaar of vijf, kwam het kantoor binnen met zijn ouders en ging aan een plastic tafeltje zitten kleuren. Totaal onbewust van het onrecht wat hem op zo'n jonge leeftijd al was aangedaan. De ouders waren van mening geen hulp nodig te hebben, want zij zagen niks verkeerds in hun handelen. Onrecht kan ongemerkt heel dichtbij zijn.
We moeten ons ervan bewust zijn dat onrecht niet enkel ver van ons bed is, maar soms, als we goed kijken, iemand in onze naaste omgeving ook graag een helpende hand nodig heeft. Ook al is het iets kleins in de vorm van oprechte belangstelling, het geven van een telefoonnummer van een hulplijn of het attent maken op de mogelijke hulpinstanties die er zijn voor kinderen, jongeren en hun ouders. Laat mensen weten dat er hulp en advies aangeboden wordt en waar deze hulp te vinden is. En dat is, als ik spreek voor de gehele Kinderrechtswinkel, waar wij ook voor zijn. In de hoop net dat kleine verschil te maken voor degenen die dit zo hard nodig hebben, maar ook voor degenen die het een beetje minder hard nodig hebben. Ook in ons eigen kleine kikkerlandje. Maak een persoon die het wellicht nodig heeft attent op ons bestaan en wellicht kunnen wij hen weer helpen. Als iedereen meehelpt komen we er met zijn allen wel.
Ieder stapje telt!
Shirley-Jane van Brouwershaven
Voorzitter PR- commissie Kinder- en Jongerenrechtswinkel Leiden
19 januari 2012
Op het snijvlak van 2011 en 2012 is het goed om (even) achterom te kijken en vooral vooruit; wat gaat 2012 ons brengen?
2011 was voor de kinderrechten een enerverend jaar. Het derde Facultatief Protocol bij het VN-Kinderrechtenverdrag, dat voorziet in een klachtenmechanisme bij het verdrag, is aangenomen door de Verenigde Naties. Een belangrijke stap vooruit voor de kinderrechten wereldwijd.
In ons land was er veel aandacht voor kinderen zonder verblijfsvergunning. Zo heeft de laatste maanden de aandacht voor Mauro de media gedomineerd, maar daarmee is de toekomst voor Mauro nog allerminst zeker. Defence for Children blijft ook in 2012 strijden voor de rechten van alle kinderen en jongeren die in eenzelfde situatie verkeren en die zich verenigd hebben in de actiegroep Wij Blijven!
In 2011 zijn de eerste stappen gezet om de stelselherziening jeugdzorg (van provincie naar gemeenten) vorm te geven. Defence for Children is hierbij actief betrokken. Onze grootste zorg daarbij is dat het uitgangspunt "het kind centraal" mogelijk uit het oog verloren wordt.
Er is in 2011 een krachtige lobby gevoerd aangaande kindermishandeling, waarvan jaarlijks 118.000 kinderen slachtoffer zijn. Dit thema vraagt ook in 2012 om een continue aandacht en actie.
Rondom de Internationale Dag voor de Rechten van het kind op 20 november hebben wij in samenwerking met andere bewoners van het Kinderrechtenhuis enkele mooie, nieuwe evenementen georganiseerd.
• De eerste Mullock Houwer-lezing was een groot succes. Een volle zaal luisterde geboeid naar Ido Weijers, bijzonder hoogleraar Jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht. Hij gaf een indrukwekkende geschiedschrijving van de visie van Mulock Houwer in relatie tot de jeugdbescherming.
• Op vrijdag 18 november organiseerde Irewoc met Defence for Children het eerste Kinderrechtenfilmfestival. Overdag hebben honderden scholieren het festival bezocht en 's-avonds was er een programma, met nabespreking, voor volwassenen.
• De eerste 'expertmeeting' over natuur en kinderrechten leverde nieuwe inzichten op en zal zeker een vervolg krijgen. Het bijzondere van deze bijeenkomst was de betrokkenheid van kinderen zelf. Zij maakten mooie tekeningen en maakten zo duidelijk dat kinderen al heel goed beseffen hoe belangrijk de zorg voor onze natuur is.
• De tentoonstelling van de Stichting Samenwerkende Kinderfondsen op de binnenplaats van het Kinderrechtenhuis stond symbool voor de ambitie van Defence for Children om de samenwerking tussen kinderrechtenorganisaties en kinderhulporganisaties te versterken.
Al deze evenementen - en meer - kunnen we tegemoet zien in de Kinderrechtenweek in 2012.
Eind 2011 hebben de Verenigde Naties 11 oktober uitgeroepen tot Wereldmeisjesdag. In aansluiting op ons programma Defence for Girls, zullen rond en op 11 oktober verschillende activiteiten plaatsvinden om hier aandacht aan te besteden.
2012 is ook in een ander opzicht een belangrijk jaar voor de kinderrechten in Nederland: een keer in de vijf jaar moeten wij rapporteren aan het VN-Kinderrechtencomité en in 2012 zijn wij weer aan de beurt. Defence for Children coördineert als voorzitter van het Kinderrechtencollectief de ngo-rapportage aan het Comité. Inmiddels zijn wij heel druk om vanuit de input van tachtig organisaties de kernpunten samen te vatten. De Nederlandse overheid zal in maart haar rapportage naar het Comité voor de Rechten van het Kind in Genève sturen. Het is elk jaar weer spannend om vast te stellen op welke inhoudelijke punten wij het beleid van de Nederlandse overheid ondersteunen dan wel bekritiseren. Wij hebben staatsecretaris Veldhuijzen van Zanten uitgenodigd het ngo-rapport in ontvangst te nemen.
In de strijd voor de (implementatie van) kinderrechten, werkt de economische crisis in ons nadeel. De samenleving wordt geconfronteerd met bezuinigingen op belangrijke terreinen. Daarbij zullen wij waakzaam zijn ten aanzien van de consequenties voor kinderen. Defence for Children stelt alles in het werk om extra inkomsten te verwerven om haar rol als belangenbehartiger voor kinderrechten verder te ontwikkelen.
Zijn wij somber? Nee, we zijn onverkort positief en ambitieus en zien onze inzet bevestigd door de trouwe steun van onze bestaande partners en de steun die wij van nieuwe partners ontvangen.
Er is genoeg te doen en als het ons lukt dat in 2012 te realiseren, kunnen we eind dit jaar een goede balans opmaken.
Aloys van Rest
Directeur Defence for Children
5 december 2011
70% of children in Africa don't get necessary education on HIV/AIDS prevention and will therefore likely contract the disease. Children and young people in well-developed nations are highly prone to boredom and have higher suicidal and self-harming tendencies. 2 million children have died as a consequence of conflict in the past ten years. 1 in 3 women in developing world is married before 18. 230,000 people died during the Earth Quake in Haiti... Not a pleasant start of a blog, I apologize. I also apologize beforehand for these figures, since, in most likelihood, after sometime you will hear that they were actually not correct and need to be downgraded. What am I talking about? Figures about the suffering of people and children tend to be exaggerated. There are many reasons for this, such as difficulties in accessing information, but one major reason also is this: many parties have a vested interest in inflated numbers since those will lead to political and financial gains (maybe with good intentions, namely to generate more support and money for victims, but still). I think it's time we, as the 'development aid' sector, owe up to and stop this practice. Not because I think that there should not go money to children in need, of course not. But I do think that in order to ensure long term support for relief efforts and development aid, it would be better to present real figures.
But that's not the only reason in my view. Even more important is that we have to stop the 'victimization' of children. What has become clear from all kinds of research in the past decades is that children and young people have an incredible capacity for resilience. Completely counterintuitive to many, is the fact that most children that live in very difficult circumstances tend to become healthy, productive grown up members of their societies. Many factors play a role in strengthening this resilience, like the availability of adult support and innate qualities (a bit of intelligence helps, for example). In these hyperactive, stressful times, in which any moment the doomsday clock is expected to ring, and where a complete economic meltdown is looming, it's good to look in another, more positive direction. In the past 50 years the number of armed conflicts has gone down dramatically, the infant mortality rate has decreased spectacular, more and more children are in school, child labour is on a steady decline, and there are many more such positive trends. These are facts. Likely you won't hear that much about them though. Everybody seems to prefer the gloomy picture, of a world on the verge of collapse with millions of children as (potential) victims. This doesn't do justice to the innate resilience of children and their parents and communities all over the world. And it doesn't really help either. Investing in resilience makes more sense than investing in resignation, doesn't it? Happy New Year.
Mathijs Euwema
Director ICDI
11 oktober 2011
Het risicogedrag wat jongeren vertonen op het internet is tegenwoordig een veel besproken onderwerp. Koppen als 'Tieners leveren onbedoeld kinderporno voor het Internet' (verschenen in NRC Handelsblad, 8 oktober 2011), 'Volop risicogedrag op internet' (naar aanleiding van het onderzoek door Susanne Baumgarter) en de recent verschenen rapportage van het sociaal en cultureel planbureau 'Kinderen en internetrisico's', zijn de laatste tijd volop aanwezig in diverse media. Uit dit laatste onderzoek komt naar voren dat ruim 15% van de 11 tot 16 jarigen wel eens seksuele berichten heeft ontvangen via het internet, soms met foto's van de jongere zelf. Ongeveer één op de vijf jongere beleeft dit ook als negatief.
Het Meldpunt Kinderporno op Internet heeft in 2007 de jongerensite Helpwanted opgericht waar jongeren (ongewenst) online seksueel misbruik kunnen melden. Meldingen als: "Ik heb zonder bh gezeten voor de cam."Nu wilt hij steeds meer anders gaat hij die foto's op internet zetten en naar mijn vrienden sturen", komen regelmatig voor. Als medewerker proberen wij de jongere zo goed mogelijk te helpen in welke stappen zij zelf kunnen nemen om uit een vervelende situatie te komen. Meestal adviseren wij jongeren om een volwassene in vertrouwen te nemen en aangifte bij de politie te doen. Vaak staan de foto's en/of filmpjes al online, en kan men alleen maar repressief handelen. Een foto die eenmaal online staat kan zich snel verspreiden, wat betekent dat de gevolgen van het risicovolle gedrag (gewild of ongewild) haast niet te overzien zijn. Vooral de zogenaamde 'bezem-filmpjes' waarin meisjes uit onder andere eerculturen worden zwartgemaakt, kunnen veel schade aanrichten bij het slachtoffer. Maar wat doe je als de jongeren zelf dit gedrag vertonen, zelf dit filmpje op internet plaatsen en vervolgens spijt hiervan krijgen? Wat ons opvalt is dat jongeren vaak niet inzien wat voor een gevolgen 'sexting' kan hebben of hoe gevaarlijk een onschuldig webcamgesprek kan zijn. Preventie is daarom erg belangrijk. Jongeren moeten weten wat de consequenties kunnen zijn van hun risicovolle gedrag, zowel de gevolgen van het experimenteren voor de webcam, als de gevolgen van het verspreiden van seksueel getinte beelden.
Bredere voorlichting over de gevaren op het internet kan meehelpen aan het terugdringen van vervelende online seksuele ervaringen. Jongeren zouden op school (bijvoorbeeld gekoppeld aan mediawijsheid) niet alleen de voordelen van internet en computers moeten leren, maar ook leren wat voor gevolgen hun gedrag op internet kan hebben en ze hiervoor waarschuwen. Misschien dat we dan in de toekomst geen titels meer in het nieuws zien komen als: '13-jarig meisje mishandeld om hoerenfoto'. Dat jongeren risicovol gedrag vertonen op het internet is niet een nieuw fenomeen. Het Meldpunt pleit daarom voor goede informatievoorziening en structurele bewustwordingscampagnes. Of moeten we de gevolgen voor generatie Y maar gewoon accepteren?
Inge van Balen, medewerker Meldpunt Kinderporno
26 augustus 2011
Op 17 augustus meldde het Jeugdjournaal dat een elfjarige jongen in Duitsland het alarmnummer van de politie gebeld heeft, omdat hij van zijn moeder klusjes moet doen. Toen hij voor de zoveelste keer in huis moest schoonmaken belde hij de politie. "Ik moet de hele dag werken en ik heb geen vrije tijd", vertelde de jongen toen hij het Duitse alarmnummer belde. Volgens zijn moeder had hij al vaker gedreigd om de politie te bellen. Zij zegt dat hij genoeg tijd heeft om te spelen en dat hij elk klusje 'kinderarbeid' noemt.
Mogelijk heeft de jongen wel gelijk. Twee jaar geleden heeft de ILO, de Internationale Arbeidsorganisatie, besloten dat naast werken in de industrie, handel en landbouw ook huishoudelijk werk tot kinderarbeid gerekend kan worden. Dat besluit werd genomen omdat was gebleken dat onder de kindarbeiders minder meisjes werden geteld. Nogal logisch, dacht men: meisjes werken vooral in het huishouden en het kan voorkomen daar ze daar ettelijke uren mee bezig zijn en mede daardoor ook niet naar school kunnen. Werk door jongens en meisjes in het huishouden is daarmee echter nog niet automatisch kinderarbeid. Een kind van dertien jaar mag buitenshuis lichte arbeid verrichten, maximaal twee uur per dag en gebonden aan diverse voorwaarden. Een kind van elf mag buitenhuis niet werken; in het huishouden mag dat wel. Twee uur per dag lijkt al wat veel en mogelijk moest dat jongetje nog langer werken en ook wel zware, saaie en repetitieve klusjes doen. Dus greep hij naar de telefoon. Hij belde wel het voor dit soort gevallen verboden nummer.
Kinderarbeid in Duitsland en Nederland? Dat komt niet voor, zullen velen geneigd zijn te zeggen. Het is allemaal zo mooi geregeld hier. Maar stel je voor dat een meisje of een jongen van dertien jaar thuis elke dag anderhalf uur moet werken en ook elke dag een krantenwijk heeft, of in de vakantiedagen zeven uur per dag bloembollen pelt. Hoe noemen we dat dan? Als een kind van die leeftijd elke dag drie uur werkt, noemen we dat kinderarbeid en steken we al snel het vermanende vingertje omhoog.
Maar bij ons? Nee, dat is allemaal niet zo erg, wordt er gezegd. Het kind wordt niet uitgebuit, het leert met geld omgaan, het heeft de vrijheid om het niet te doen, het ondervindt geen nadelige invloed op de schoolprestaties, het heeft er geen lichamelijke ongemakken van, enzovoort.
Kloppen deze argumenten wel of zijn het soms schijnargumenten om iets recht te praten wat we in ontwikkelingslanden krom vinden?
IREWOC is op dit moment bezig met een grootschalig onderzoek onder Nederlandse kinderen tussen de twaalf en vijftien jaar. Talinay Strehl, Sarah De Vos en Jurjen Dewaal ronden nu de statistische verwerking af. De uitkomsten worden boeiend, dat weten we nu al. Zo blijkt één op de vijf twaalfjarigen buitenshuis een klus te hebben. Volgens de definitie van de ILO is dit zonder meer kinderarbeid.
Kristoffel Lieten is directeur van IREWOC en professor emeritus Universiteit van Amsterdam
28 juni 2011
Op tien mei was het dan zover, het jaarlijkse congres van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Leiden. De weergoden waren ons die dag goedgezind, het was een stralende lentedag. Dit mooie weer drukte gelukkig niet zijn stempel op het bezoekersaantal. Na maanden van voorbereiding verheugden zowel de sprekers als de organisatie zich op een topprestatie. Het congres stond dit jaar in het teken van 'Rechten vs. Geneeskunde'. Wanneer je dit hoort zal je misschien niet direct de links tussen beide leggen. Toch hebben beide veel met elkaar te maken. Het Recht en de medische wereld staan in een bijzonder spanningsveld tot elkaar.
Onze dagvoorzitter was Mariëlle Brunning, zij is als hoogleraar Jeugdrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Een expert op het gebied van de rechten van minderjarigen. Centraal stond de problematiek van de actieve levensbeëindiging bij kinderen. Actieve levensbeëindiging is in ons land bij wet verboden. De uitvoerend arts zal hiervoor ook worden vervolgd. Paul Brand is kinderarts en sinds 1997 verbonden aan de Isala klinieken in Zwolle. Hij schreef een meeslepende roman over deze problematiek getiteld: De stoel van God. In deze zeer realistische roman wordt het verhaal verteld van een kinderlongarts en zijn worsteling met actieve levensbeëindiging bij één van zijn patiëntjes. Zijn boek is als het ware een stil pleidooi wat hij al jaren voert. Namelijk een pleidooi voor aanpassing van de wet. Wat het mogelijk zou maken voor artsen om hun patiëntjes een waardige dood te geven. Dit is niet alleen belangrijk voor de patiëntjes zelf maar ook voor hun ouders.
Naast een kinderarts hadden we ook een advocaat te gast die de juridische kant van de kwestie belichte. Lammert van Dijk is werkzaam als advocaat in Den Haag, zijn expertise ligt vooral op het vlak van het jeugdrecht. Lammert is binnen de Kinderrechtswinkel een bekend gezicht, vele jaren nam hij plaats in onze vast nakijkcommissie. Ook hij is van mening dat de medische sector nauw met de juridische wereld zal moeten samenwerken om een oplossing voor dit probleem te zoeken. Ook hadden we een mevrouw van het ministerie van volksgezondheid te gast, zij vertelde vooral over het bestaande beleid en de toekomst mogelijkheden om dit beleid te veranderen. Concrete toezeggingen kon zij natuurlijk niet doen maar het ministerie ziet zelf ook in dat de huidige wetgeving niet meer van deze tijd is.
Verder hadden we ook een ethicus van het Lindeboom instituut te gast. Het Lindeboom Instituut staat sinds jaar en dag bekend als het informatiecentrum betreffende de medische ethiek. Het doel van het instituut is de bevordering van de christelijke ethiek in de gezondheidszorg. Tevens was er een psycholoog die de psychologische kant van het probleem belichte. Vragen als het bewustzijn en zijn kinderen wel in staat na te denken over dergelijke zaken. Maar ook de psychische mokerslag die de ouders voor hun kiezen krijgen wanneer ze in een dergelijke situatie belanden kwam ruimschoots aan bod.
Aansluitend aan het congres was er voor alle geïnteresseerden een borrel in het restaurant voor het Kinderrechtenhuis. Hier kon onder het genot van een hapje en een drankje nog worden nagepraat met de sprekers. Dit was tevens de afsluiting van een succesvol congres. Hulde aan de organisatie!
Robert Schepes, Kinder- en Jongerenrechtswinkel Leiden
Gisteren had ik weer zo'n geweldige positieve ervaring in de onderlinge samenwerking.
Ik was natuurlijk op de 1e plaats erg gespannen, of alle maatschappelijke organisaties, die zich voor de consultatiebijeenkomst t.b.v. de 4e NGO rapportage aan het VN comité inzake de rechten van het Kind in Genève aangemeld hadden (60 personen) ook daadwerkelijk zouden komen. Vervolgens hoop je dat alles organisatorisch goed verloopt en natuurlijk hoop je dat de middag inhoudelijk ook een succes wordt.
Maar tussendoor zag ik ook nog mijn secretariaatsmedewerkers onder hoge tijdsdruk de laatste badges voor de bijeenkomst maken en daarnaast ook nog eens honderden kopieën maken van de reacties op een vacature en tientallen reacties invoeren in de database naar aanleiding van onze actie:"Wij Blijven". Ook een mooie samenwerking!
En dan is het 13:30 uur en de 1e mensen komen binnen. Ikzelf zit nog in een overleg met enkele collega-organisaties te discussiëren over een gezamenlijke strategie rondom Kindermishandeling. Hele boeiende discussie met vele aanknopingspunten. Maar we hebben gewoonweg te weinig tijd vandaag om een stukje dieper in de materie te duiken. Duidelijk wordt wel, dat we de handen nog meer ineen gaan slaan. Samen sta je sterk!
Keurig op tijd loop ik naar de Blauwe Zaal in Het Kinderrechtenhuis alwaar de consultatiebijeenkomst zal plaatsvinden en ik word daar zeer prettig verrast. Maar liefst meer dan 80 deelnemers vanuit meer dan 50 organisaties waren gearriveerd. Na introducties door Majorie Kaandorp, van Unicef en de altijd zeer gepassioneerde professor Jaap Doek, startten de workshops en werd er in 4 groepen stevig gediscussieerd. Iedereen wilde immers zijn of haar thema wel terug zien in de aanbevelingen aan het VN Comité straks in maart 2012. Wat mij opviel was de wijze waarop in de workshops de meningen werden gedeeld; constructief, sommigen iets kritisch, anderen met een luisterend oor en uiteindelijk met een goede samenvatting opgesteld door de workshop leiders en hun notulisten. Samen maak je goed werk!
Tot slot een centrale presentatie, waarbij professor Jaap Doek de zaal scherpe feedback gaf. Zorg dat de NGO rapportage goede, kernachtige en vooral concrete aanbevelingen bevat. Geef het Comité daarmee de munitie om haar aanbevelingen aan de Nederlandse overheid ook concreter te kunnen maken. Dus het echte werk gaat nu, na deze eerste bijeenkomst pas beginnen. Ik proefde veel enthousiasme en tijdens de bijeenkomst voelde ik de positieve energie. Dat is mooi. Gaan we een gedegen vervolgproces volgen, waarbij we een topprestatie willen leveren. En dat doen we gewoon door goede samenwerking te blijven nastreven.
Ik mocht de vergadering afsluiten en stelde vast dat wij met deze 50 organisaties een geweldig draagvlak vertegenwoordigen in Nederland. Soms beseffen we zelf niet hoe groot en invloedrijk ons gezamenlijk netwerk is. Wij kunnen door intensief te blijven samenwerken écht een verschil maken, want: Samen sta je zoveel sterker!
Aloys van Rest
Directeur Defence for Children
Since the Dutch Child Rights Home also wants to have an international presence and appeal, from now on I will write my blogs in English.
In my last (and first) blog I wrote about the youth revolutions that are gripping the Arab world. This is still continuing, albeit less successfully than in the first two countries (Tunisia and Egypt), and with much more repression and bloodshed (Libya, Jemen, Syria). But other disasters (Japan) have taken precedent in the media, as have domestic worries here in the "Western World". I still want to mention the Arab youth movement in my blog, since I think it may well turn out to be one of the defining moments in the world's history. At the least I think it will proof to be a huge turning point for Arabic-Islamic society, finally catapulting it towards real freedom.
But it's not only in the Arab world where young people are rising to the occasion. Everywhere you can find young girls and boys who stand up to fight for their rights. Two of the organizations in the Child Rights Home (ICDI and Irewoc) are inviting a group of seven of such young people to come for a visit to The Netherlands in May 2011. They are coming from Liberia, Palestine, Peru, Guatamala, Zambia, Ethiopia and Pakistan. I just want to highlight the work of one of them here:
Getahun Wuletaw (18 years) comes from Ethiopia. Getahun grew being inquisitive of the respect of children's rights despite the many difficulties he faced following the death of his father at his early age. Having a strong conviction that children should not live in destitution, powerlessness and unsafe environments because of deep rooted poverty, Getahun began advocating for the respect of children's right to lead healthy life, education and freedom from any abuse. Getahun is now an active member (also chaired) his school's child right clubs and a speaker of the child parliament in Hawassa. He contributed greatly to the establishment of the child parliament and speaks on behalf of his fellow students for the respect of their rights. He also educates the public on the rights of children through local medias such as FM radio, newsletters, school mini media, and individually among his peers and in his neighbourhood. Getahun has actively struggled against some harmful traditional practices such as early marriage, corporal punishment at schools and any form of harassment of girls at school wash rooms. Thanks to his efforts, currently corporal punishment and the multifaceted harassment perpetuated against his fellow girl students has been abolished from his school. This has also been replicated in other schools with his continued and determined facilitation and dialogue. A bit of a hero, this unknown young man from Ethiopia.
During their visit to The Netherlands in May 2011 Getahun and his fellow young child right advocates will work on project proposals during a 2-day seminar, meet other youth groups in The Netherlands and present their child right projects at a public meeting in the Child Rights Home.
I expect you will hear a lot from these dynamic young people in the future. The world is changing, and it is changing fast.
Mathijs Euwema
Director ICDI
Vanwege het mondiale en internationale karakter van kinderporno is het moeilijk te zeggen hoeveel mensen daadwerkelijk in kinderporno geïnteresseerd zijn. Dat het meldpunt in 2010 nog steeds boven de 9000 meldingen ontving, zegt wel iets over de omvang van dit fenomeen. Omdat kinderporno een grensoverschrijdend delict is, maakt het een nationale aanpak moeilijk. Met de hedendaagse technieken kan iemand een Nederlandse server vanuit Brazilië bedienen. Een Argentijn, die in Duitsland woont, kan een afbeelding van een Thais kind op internet zetten. Hiermee krijg je dus al te maken met vier verschillende landen en hun wet en regelgeving.
In 2010 heeft de zaak van Robert M. erg veel media aandacht gehad. De dader, geboren in Litouwen, misbruikte kinderen seksueel en maakte hier afbeeldingen van om deze vervolgens op internet te verspreiden. Het feit dat hij in Duitsland al eerder was veroordeeld voor een soortgelijk delict, weerhield hem niet om dit in Nederland nog eens te doen. Maar is het niet heel vreemd dat er in Nederland niemand op de hoogte was van zijn veroordelingen in Duitsland?
Kort geleden is er weer een internationaal netwerk van kinderporno liefhebbers opgepakt, zich schuilhoudende achter het op eerste instantie legaal lijkende forum, boylover.net. Op dit forum werden illegale bestanden op internationaal niveau uitgewisseld. De site herbergde 70.000 contacten uit 109 landen. Dat kinderporno dus een grensoverschrijdend probleem is, is wel duidelijk en vergt een internationaal aanpak.
Meldpunt Kinderporno promoot het (inter)nationaal samenwerken van verschillende organisaties. Niet alleen is zij aangesloten bij het Inhope netwerk, waar meldpunten uit verschillende landen lid van zijn, maar zij pleit ook voor een nauwe samenwerking van politie internationaal. Uit het eerder genoemde voorbeeld blijkt dat internationale samenwerking tussen zowel publieke als private instellingen wel degelijk zin heeft en dit het seksueel misbruik van kinderen tegen kan gaan. Het Meldpunt Kinderporno zet zich in voor een internet zonder seksueel misbruik van kinderen. Onze collega-meldpunten ook. Misschien moeten we ons ook maar gaan inzetten om een internationale wetgeving te ontwikkelen waarin kinderporno strafbaar wordt gesteld.
Inge van Balen, medewerker Meldpunt Kinderporno
Alle grote internationale organisaties publiceren jaarlijks een thematisch rapport. Dat doet ook UNICEF. Het net verschenen rapport The State of the World's Children 2011 (Adolescence, An Age of Opportunity) geeft een mooi vergelijkend relaas van de positie, de problemen en de uitdagingen van adolescenten in de verschillende delen van de wereld.
Ik ben altijd erg geïnteresseerd in de paginalange statistieken over de diverse indicatoren in de verschillende landen aan het eind van die rapporten. Erg saai natuurlijk, tenzij je op zoek bent naar iets. In mijn inaugurale rede als hoogleraar kinderarbeid in 2003 heb ik gezegd: 'De omstandigheden waarin kinderen leven, zeggen misschien meer dan welke variabel dan ook over het wezen van de samenleving. Met kinderen als invalshoek … kan een aardig beeld worden verkregen van recht en onrecht in de maatschappelijke realiteit en van de waarden en normen die er achter het dominante discours echt toe doen'.
Met die bril kijk ik nu naar de statistieken en ik ben geïnteresseerd hoe India en China het doen. In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat China veel sneller groeit dan India, ongeveer drie keer zo snel. Het nationale inkomen van China bedraagt 3620 dollar; dat van India slechts 1170 dollar. Ter vergelijking: Nederland heeft een BNP van 49350 US %, nog altijd een zeer behoorlijk kloof, dacht ik zo.
Waar in China nog maar 16 % van de bevolking onder de armoedegrens (minder dan US $ 1,25 per dag) zit, is dat in India 42 %.
Het lot van kinderen in beide landen is anders. Kijk maar:
- In India sterft 6.6 % van de kinderen voor het vijfde levensjaar, in China 'slechts' 1.9 %; jaarlijks komt dit neer op 1.7 miljoen kinderen in India en 0.3 miljoen kinderen in China.
- Waar in India 43 % van de kinderen een te laag lichaamsgewicht heeft (en 16 % een veel te laag gewicht) is dit in China slechts 6% en geen kinderen met een veel te laag gewicht.
- Waar de alfabetisme van adolescente meisjes in India 74 % is, is het alfabetisme in China nagenoeg universeel.
Als je op deze manier naar de statistieken kijkt, worden ook de jaarrapporten, zoals in dit geval het rapport van UNICEF, machtig interessant. De statistieken zijn uiteraard niet het hele verhaal. Zij geven een indicatie om verder over na te denken.
Kristoffel Lieten is directeur van IREWOC en professor emeritus Universiteit van Amsterdam
Op maandag 7 maart werd een documentaire van de NCRV over de kinderrechter uitgezonden. Nederland kreeg de unieke kans om een kijkje te nemen achter de schermen van de kinderrechtbank. Hoewel verschillende soorten zaken voorbij kwamen, vervulden jeugdstrafrechtelijke zaken de hoofdrol. Het deed mij gelijk denken aan de bezoekjes die wij als Kinder- en Jongerenrechtswinkel Leiden brengen aan de jeugdgevangenis Teylingereind. Maandelijks zien we daar jongeren die op het verkeerde pad zijn geraakt. Dat raakt me, iedere keer als ik er weer kom. Hetzelfde gevoel bekroop me terwijl ik de documentaire zat te kijken; kinderen horen niet in de gevangenis thuis. Aan de andere kant hebben deze jongeren wat fout gedaan, ook daarvan ben ik me altijd bewust als ik in de jeugdgevangenis kom.
Maar hoe hard dienen jongeren gestraft te worden? Op fora waar wordt nagepraat over de documentaire komt duidelijk naar voren dat hier verschillend over wordt gedacht, en dat zal waarschijnlijk nooit veranderen. "Genoeg is genoeg, zelfs voor kinderen", zei één van de kinderrechters nadat hij net een jongen, die de laatste tijd regelmatig de fout in was gegaan, jeugddetentie had opgelegd. Veel mensen kunnen zich ongetwijfeld vinden in de woorden van deze kinderrechter, ik ook.
Toch ligt in deze uitspraak ook iets schrijnends opgesloten. Namelijk dat het blijkbaar zover kan komen dat een kind keer op keer een strafbaar delict pleegt. Hoewel de eigen verantwoordelijkheid naar mate men ouder wordt steeds zwaarder gaat wegen, zijn deze kinderen ook het slachtoffer van de situatie waarin ze zitten en het verleden dat ze met zich meedragen. Dat mogen we nooit vergeten.
Mensen die op het criminele pad gekomen zijn, komen daar moeilijk weer vanaf. Maar vooral jongeren hebben recht op hulp bij het vinden van het rechte pad. De grootste winst kunnen we echter behalen als we erin slagen te voorkomen dat mensen een moeilijk verleden met zich meedragen. Hoe moeilijk het ook is, dat is waar overheden en kinderrechtenorganisaties de pijlen op moeten richten. En ook wij als Kinder- en Jongerenrechtswinkel moeten dat beseffen als een jongen van 12 jaar langskomt op ons spreekuur met de vraag hoe hij de omgangsregeling kan veranderen.
Boudewijn Bakker Voorzitter PR-commissie Kinder- en Jongerenrechtswinkel Leiden
Was u ook zo gekluisterd aan de televisie op de verkiezingsavond? Iedereen was winnaar, maar de uitstraling van de verschillende partijleiders deed toch iets anders vermoeden. Ik heb mij wel ernstig verbaasd tijdens de verkiezingscampagne. Het thema dat telkens terugkwam was de aanstaande bezuinigingen op het passend onderwijs. Ik wacht met enige bezorgdheid de toekomstige plannen af. Natuurlijk zou ik de kinderen met een fysieke, gedragsmatige of geestelijke beperking ook het liefst op een reguliere basisschool willen hebben, zoals het kabinet dat wil gaan doorvoeren. Maar ik stel daarbij dan wel direct de voorwaarde, dat die kinderen dan wel extra ondersteuning moeten krijgen. Dus o.a. meer onderwijzend personeel, dat toegerust is op deze meer kwetsbare kinderen. Maar dat lijkt niet te gebeuren. En dus zullen deze kinderen mogelijk "verzuipen " in de grote klassen van het reguliere onderwijs. Leren we nu nooit van de ervaringen uit het verleden?
De politieke verhoudingen zijn nu van dien aard, dat, met alle beloftes die tijdens de verkiezingscampagne zijn gedaan, met geen goed fatsoen te bezuinigen valt op deze doelgroep van kwetsbare kinderen. Ik heb juist de afgelopen weken met diverse organisaties overleg gevoerd. Ik heb me goed laten informeren door de CG-raad, de NSGK en het Johanna Kinderfonds. Eén ding is mij duidelijk geworden. Defence for Children zal zich meer inzetten voor de kinderen in het passend onderwijs. Deze kinderen zijn namelijk extra kwetsbaar. We zullen de politiek dus op dit thema scherp blijven volgen.
Een andere actualiteit is de huidige zeer goede samenwerking tussen Defence for Children en de gemeente Winterswijk. Daar werd in december 2010 onder de ogen van de ambtenaren van de burgerlijke stand, na een aangifte van de geboorte van een zoon, de vader (die geen identiteitsbewijs had) door de IND in de boeien geslagen en afgevoerd. De man werd 2 dagen opgesloten, en mocht geen contact hebben met zijn vrouw die met de pasgeborene nog in het ziekenhuis lag.
De gemeente Winterswijk heeft zijn excuses aangeboden en voelde zich tekort schieten hoewel de gemeente aan de wettelijke plicht heeft voldaan. Ze voelden zich "verklikkers".
Defence for Children pakte deze zaak heel serieus op, want het effect van deze affaire zou kunnen zijn dat illegalen geen kinderen meer durven aan te geven op het gemeentehuis, want dan kunnen ze blijkbaar gearresteerd worden. En dus kan het effect zijn, dat kinderen het recht op geboorteregistratie wordt ontnomen. En dat mag beslist niet gebeuren.
Er zullen ook betere afspraken gemaakt moeten worden, zodat een ambtenaar van de burgerlijke stand niet in zo'n onmogelijke situatie geplaatst kan worden. De ambtenaar moet gewoon zijn werk kunnen doen.
Ik deel een pluim uit naar deze lerende gemeente Winterswijk.
Het was me het weekje wel!
Aloys van Rest
Directeur Defence for Children
Laat ik het maar tegelijk toegeven: ik ben oud. Dat blijkt voornamelijk uit mijn totale gebrek aan kennis over de nieuwe sociale media. Ik heb weliswaar een Facebook account, maar gebruik die nauwelijks. Dat dat jammer is, is me de laatste weken pijnlijk duidelijk geworden. Jeugd in de gehele Arabische wereld blijkt moderner en georganiseerder dan hun oude, vastgeroeste onderdrukkende machthebbers hadden vermoed. Misschien is dat wel het meest interessante aspect aan wat er daar gaande is: jonge mensen, vol opgekropte frustratie en wanhoop, maar met veel energie, weten zichzelf en anderen te mobiliseren, gebruik makend van de modernste media technieken. En, schijnbaar in no time, hebben ze oude machtsstructuren op de knieën en omver geworpen. De wereld, inclusief de Westerse wereld, kijkt amechtig en vol verbazing toe. Het geeft -wat mij betreft- iets belangrijks aan: het is een illusie dat wij, de volwassenen, de jeugd kunnen leiden en beïnvloeden.
Dat doet natuurlijk wel de vraag rijzen: welke rol is er dan nog weggelegd voor ons als volwassenen? En vooral: welke rol is er nog voor door voornamelijk volwassenen geleide kinderrechten organisaties zoals mijn club International Child Development Initiatives (www.icdi.nl) of het Kinderrechtenhuis hier in Nederland? Om eerlijk te zijn: ik weet het niet zo goed. Natuurlijk zullen volwassenen en kinderen met elkaar moeten blijven samen leven en werken. En natuurlijk zijn er volwassenen met kennis, ervaring en netwerken die nuttig kunnen zijn, ook voor de jeugd. Maar waar we misschien wel echt van af kunnen/moeten is het feit dat de volwassenen dingen doen on behalf of de jongere generatie.
De tijden van door volwassenen geïnitieerde goed bedoelde, maar in wezen irrelevante participatie projecten voor jongeren zijn na deze Facebook revoluties wat mij betreft definitief voorbij. Kinderen en jongeren aller landen verenigt U! (maar doe dat vooral op jullie manier!)
Mathijs Euwema, bijna 43 jaar oud, Directeur ICDI